Werkplan-methode

Economische ontwikkeling, Werkgelegenheid

Werkplan-methode

Eind jaren tachtig ontwikkelde Wim Plantinga, oprichter en directeur van Demo Advies, de Werkplan-methode. De methode bestaat uit drie aanpakken: de bedrijfseconomische aanpak, voor totstandkoming van nieuwe bedrijfsactiviteiten; de arbeidsmarktaanpak, voor de reductie van werkloosheid tot 25% binnen een jaar; en de aanpak voor individuele bemiddeling, voor bemiddeling van mensen met persoonlijke problemen.

Theorie

De methode is gebaseerd op een wetenschappelijke theorie, de Planned Change Theory*. Deze theorie omvat een bewezen concept om van een ongewenste situatie een gewenste situatie te maken. Wij passen de theorie toe om de effecten van een slechte economie en slechte werkgelegenheid terug te dringen.

Praktijkvoorbeelden

Bij de ontwikkeling van de Werkplan-methode is ook gekeken naar succesvolle voorbeelden in Nederland en in het buitenland, bijvoorbeeld in Turijn, Le Havre, Manchester en Brabant. Gemeenschappelijke kenmerken van al deze voorbeelden waren:

  • Een samenwerkingsverband tussen de sociale partners: werkgeversorganisaties en vakbonden ter plaatse en de lokale overheid.
  • Het op basis van eigen kracht zoeken van meerdere ideeën voor nieuwe bedrijfsactiviteiten ter bestrijding van de lokale dan wel regionale probleem ten aanzien van economie en werkgelegenheid.
  • Het besef dat je het als stad of regio primair zélf zult moeten doen en dus niet de verwachting moet hebben dat de landelijke of Europese overheid jouw regionale of stedelijke probleem gaat oplossen.

De combinatie van de toepassing van theorie en praktijk op het terrein van economische ontwikkeling en werkgelegenheid was de basis voor de Werkplan-methode. In eerste instantie ging het om de bedrijfseconomische aanpak de arbeidsmarktaanpak. Later is daar  de aanpak voor individuele bemiddelingsaanpak bijgekomen.

Bij de eerste twee aanpakken wordt uitgegaan van een lokaal of regionaal samenwerkingsverband tussen werkgevers- en werknemersorganisaties ter plaatse, en de lokale overheid. Ook andere partijen, zoals banken; provincies; rijksoverheid; regionale  of grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden; en burgerinitiatieven kunnen de initiatiefnemer zijn van een project om de regionale economie en werkgelegenheid aan te jagen.

 

*) deze theorie is ontwikkeld door en gestoeld op werk van o.a. Kurt Lewin; Lippitt, Watson & Westley; Bennis, Benne & Chin (The Planning of Change)

Demo-Advies